Nehalennia: de godin van de Zeeuwse kust

Nehalennia: de godin van de Zeeuwse kust

De mysterieuze zee- en handelsgodin Nehalennia, vereerd in Zeeland tijdens de Romeinse tijd, en wat ruim 300 altaren ons vertellen over culturele uitwisseling aan de rand van het imperium.

· 14 min leestijd · Björn Steinthorsson
#mythologie#geschiedenis#nehalennia#romeinse-tijd#zeeland#epigrafie#godin

Voor deze eerste blogpost wil ik graag in de buurt van huis beginnen. Een aantal jaren geleden ontdekte ik opeens dat ik vlak bij een tempel van een vrij onbekende godin uit de Romeinse tijd bleek te wonen. Een godin waarvan tot de ontdekking van haar altaarstenen en tempel niemand eerder gehoord bleek te hebben.

De vondst

In 1647 werden na een storm bij Domburg de restanten van een tempel van de tot dan toe onbekende godin Nehalennia ontdekt. Er werden 50 reliëfs en altaren gevonden, waarvan 30 met inscripties. Helaas werden de meeste altaren vernietigd door een brand in 1848 in de kerk van Domburg, waar de altaarstenen tot die tijd waren opgeslagen. Slechts 3 fragmenten zijn bewaard gebleven in het Zeeuws Museum en het KMKG in Brussel.

Gelukkig zijn er schetsen en transcripties bewaard gebleven.

De tempel stond waarschijnlijk in een bos (er zijn boomstronken gevonden in de duinen), en lag in het territorium van de Morini, een voornamelijk Keltische stam.

In 1776 werden er nog twee altaren gevonden in Keulen, Duitsland. Waarschijnlijk betrof dit de werkplaats waar de altaren werden vervaardigd. Maar deze werden helaas vernietigd tijdens de Tweede Wereldoorlog. Andere altaarstenen werden gemaakt in Xanten en Bingen.

Op 14 april 1970 vond visser Kees Bout opeens een nieuwe altaarsteen van de godin in zijn net. Deze bleek afkomstig te zijn uit een tempel in de verzonken Romeinse nederzetting Ganuenta, vlak voor het huidige Colijnsplaat. De nederzetting lag in het territorium van de Frisiavones of de Menapii (de exacte gebieden zijn onzeker, en hierover bestaat discussie). In de daaropvolgende jaren werden in totaal 311 altaarfragmenten en 14 beelden opgevist. 122 van deze altaren zijn ondergebracht in het Rijksmuseum van Oudheden in Leiden, en een deel hiervan is zichtbaar voor het publiek.

Er wordt vermoed dat er een derde tempel zou kunnen zijn geweest in de buurt van Haamstede/Westerschouwen. Maar dit is tot op heden niet bevestigd.

Op basis van consul-dateringen van enkele stenen weten we dat de tempel in Colijnsplaat in elk geval in de 2e en 3e eeuw in gebruik is geweest.

Iconografie

Op de meeste votiefstenen wordt Nehalennia uitgebeeld als een jonge vrouw, zittend op een troon in een gestileerde nis met schelpvormig dak. Ze heeft meestal een mand met vruchten (appels, peren, druiven, granaatappels en korenaren) op schoot of naast zich, en in sommige beeltenissen heeft ze een staf in haar hand. Vaak zien we ook een hond aan haar zijde die naar haar opkijkt.

Op sommige altaren wordt ze staand afgebeeld, of met haar linkervoet op een scheepsboeg. Ook hier zien we haar met vruchten en een hond aan haar zijde.

Opvallend aan haar kleding is het schoudermanteltje (pelerine), wat uniek is voor Nehalennia. Er wordt soms gegrapt dat zij daarom het oorspronkelijke Zeeuwse meisje is. Op andere altaren wordt ze afgebeeld met een bonnet/kapje wat vergelijkbaar is met de Matres.

Naast bovengenoemde betreft de iconografie soms ook een roer, dolfijnen of de cornucopia (de hoorn des overvloeds). Een offertafel wordt soms afgebeeld met broden, een varkenskop, of vruchten. Interessant genoeg zien we op de altaarstenen met een cornucopia nooit een hond.

Soms worden er (op de zijpanelen) ook andere goden afgebeeld:

  • Neptunus met dolfijnen en drietand
  • Hercules met leeuwenhuid en knots
  • Cupido met palmblad

Een aantal altaren is opvallend en toont 3 godinnen zoals bij de Matres/Matronae (moeders/matrones) die veel gevonden zijn in het Rijngebied.

Hoewel er redenen zijn Nehalennia te vergelijken met de Matres, moet echter wel vermeld worden dat de Romeinen pragmatisch waren, en altaren (en asurnen) in massa werden geproduceerd, vergelijkbaar met grafstenen in onze moderne tijd. Men koos een kant-en-klaar altaar, en kon deze dan laten graveren met een eigen tekst, of namen aan een standaardtekst laten toevoegen. Tegelijkertijd moet ook vermeld worden dat er onder de altaren veel individuele variatie is, wat duidt op maatwerk of input van de koper. Maar in dit geval kunnen natuurlijk beide waar zijn.

Als laatste toont een altaar uit Domburg een jager met een haas als offer.

Naam en etymologie

Het is niet duidelijk of Nehalennia een Keltische of Germaanse godin was, aangezien de vindplaatsen van haar tempels zich op de scheiding van de Keltische en Germaanse gebieden bevinden.

Hoewel de vindplaatsen zich in Menapii- en Morini-gebied bevinden, en ongeveer 16% van de vereerdersnamen Keltisch is, bevat de naam Nehalennia de -h- die juist typisch is voor het Germaans. Daarnaast heeft de Schelde (Scaldis, ondiep) ook een Germaanse naam.

Hierdoor is het ook lastig om te bepalen wat haar naam betekent. Verschillende voorstellen zijn gedaan:

TheorieAuteurJaarTaalBetekenisZwakte
*neihhen ‘offers brengen’Kern1871Germ.”De geefster”Verouderd; OE cognate suggereert *hnaikijaną ‘doden’ (Mees 2023)
*nehwa- + *lenn-Much1891Germ.”Die nadert en ophoudt”Speculatief; twee gereconstrueerde woorden (Mees 2023)
*nehwa ‘dichtbij’Gutenbrunner1936Germ.Kan rest niet verklarenErkend onvolledig (Bartnik 2012)
*neiH- ‘leiden’Gysseling1960PIE”Leidster, stuurvrouw""Niet overgenomen door andere auteurs” (Bogaers & Gysseling 1972 zelf)
*nei- ‘leiden’Bogaers & Gysseling1972”Belgisch”/PIE”Leidster”Niet overgenomen; reconstructie-op-reconstructie
-neha = “nimf/moeder”Grimm1835lokaalAchtervoegsel in andere namenAlleen suffix, verklaart niet hele naam
*ne + *halen + *jaDe Bernardo Stempel2004Keltisch”Zij die bij de zee is”Gebaseerd op gereconstrueerd Laat-Keltisch *halen- (uit Welsh halein/heli); geen directe attestatie

Hoewel ‘leiden’ geen populaire etymologie is, wil ik wel aangeven dat ik hier persoonlijk een kleine voorkeur voor geniet. Dit komt onder andere door de beeltenis van Nehalennia als onderdeel van 3 godinnen zoals bij de Matronae en de daaraan verwante Suleviae. Su-leuia wordt over het algemeen uitgelegd als su (goed) en leuia (gids, leider), verwant aan Welsh llywydd (gouverneur) en hylyw (leiden). Ze worden ook in verband gebracht met de Matres Gubernatrices, de leidende moeders.

Het is in elk geval zeker dat de naam Nehalennia niet Latijns is, en de meeste spellingsvarianten zijn waarschijnlijk “Latiniseringen”. De varianten betreffen:

  • Nehalennia (meest voorkomend)
  • Nehalenia (enkele -n-)
  • Nehalaennia
  • Neihalennia (met ei)
  • Nehalaenia
  • Nechalenia (ch voor h)
  • Nehallennia (dubbele -ll-)
  • Ne⵬alennia (halve H 𐌝)
  • Nehal(e)nnia (e in haakjes)

De schrijfwijze met een halve H (𐌝) komt voor op 2 altaren uit Colijnsplaat. Dit zogenaamde “geaspireerde velair” komt verder alleen voor in het Ubische gebied bij Matronen-namen.

Functie en inscripties

Ook over de functie van Nehalennia weten we bijzonder weinig. Uit de inscripties kunnen we opmaken dat ze werd aangeroepen voor de bescherming van handelswaar (ob merces / pro mercibus) en schepen (pro navibus). Maar verder weten we eigenlijk niets.

Haar iconografie schijnt te suggereren dat ze ook in verband werd gebracht met overvloed en vruchtbaarheid (vruchten en cornucopia).

Over de functie van de hond worden verschillende suggesties gedaan:

  • De hond als jachtgodinsymbool, een verbinding met Diana
  • De hond als psychopompus, begeleider van doden en verbonden met Hecate, de godin van de onderwereld en kruispunten
  • De hond als trouw/bescherming, de algemene interpretatie
  • De hond als Keltisch moedergodin-attribuut, hoewel de hond bij Nehalennia naast haar zit, en niet op schoot zoals bij andere Matres

Kritiek luidt dat we niet weten of de hond beschermt of vernietigt (Livius).

Enkele votiefstenen laten een gedrapeerde sluier of doek zien, wat door Wagenvoort wordt geïnterpreteerd als funerair symbool (voiles op graven). Maar hierover is geen consensus. Verder stelt hij dat de twee tempels verschillende functies hadden: die in Domburg voor de dodencultus, en die in Colijnsplaat voor handel.

De meeste inscripties tonen de formule VSLM, “Votum solvit libens merito” wat betekent “heeft zijn gelofte ingelost, gaarne en met reden”. Een kleiner aantal toont alleen LM, “Libens merito”. De meeste altaarstenen zijn ook geschonken door handelaren in onder andere zout, vissaus en aardewerk. Op enkele altaren zien we wijnvaten op een schip afgebeeld. De votiefstenen werden geschonken als inlossing van een gelofte na een behouden vaart.

Naast het bedanken van de godin vermoed ik dat het plaatsen van zo’n votiefaltaar ook wel een beetje een marketingfunctie heeft gehad. De Nehalennia-tempel bij Colijnsplaat bevond zich op een belangrijk deel van de route voor de overvaart naar Brittannië, en de nederzetting Ganuenta diende voor de overslag van binnenvaartschepen naar zeevaartschepen. Een VSLM-altaar liet direct zien dat de handelaar iemand was die zijn geloften nakwam.

Opvallend is dat we bij een klein aantal inscripties “ex imperio ipsius” lezen, wat “op haar goddelijk bevel” betekent. Dit is zeldzaam bij Romeinse goden, maar komt vaker voor bij onder andere de Matrones. Dit lijkt erop te wijzen dat de godin zelf de opdracht gaf voor het schenken van een altaar. Sommigen suggereren dat dit een droomverschijning zou kunnen zijn geweest.

Een van de inscripties uit Domburg luidt:

Nehalenni/ae Ingenu/inius Ianu/arius ex / pr(a)ecepto / aram posuit / pro salute / fili(i) sui

→ “Aan Nehalennia. Ingenuinius Ianuarius, op voorschrift [van de godin], plaatste een altaar voor het welzijn van zijn zoon.”

Naast handelaren zien we ook inscripties van een zeeman, scheepsbehandelaar, onderofficier cavalerie, een veteraan, en een gemeenteraadslid van de Bataven. Wat betreft de herkomst van de dedicanten zien we onder andere Brittannië, Trier, Keulen, Basel, de Seine-vallei, Boulogne en zelfs leden van de keizerlijke cultus uit Augst (Zwitserland). Slechts één iemand wordt geïdentificeerd als een lokale bewoner, Gimio uit Ganuenta.

Een groot deel van de dedicanten heeft namen die duidelijk niet-Romeins maar Keltisch of Germaans zijn. Uit Domburg zien we meerdere altaren met patroniem zonder filius, de naam van de vader staat in de genitief, maar “filius” (zoon) wordt weggelaten:

  • Ammacius / Hucdionis — “Ammacius, [zoon] van Hucdio”
  • Flettius / Gennalonis — “Flettius, [zoon] van Gennalo”
  • Dacinus / Liffionis / filius — “Dacinus, zoon van Liffio” (hier wél filius)
  • Servatus / Theronis filius — “Servatus, zoon van Thero”
  • Commodus / Ufentis filius — “Commodus, zoon van Ufentus”
  • Placidus / Viduci filius — “Placidus, zoon van Viducus”

Dit weglaten van “filius” is een Keltisch/Germaans naampatroon waarbij de genitief van de vadersnaam alleen volstaat. Dit komt niet voor in standaard Romeinse epigrafie.

Als laatste zien we nog een opvallende inscriptie uit Domburg:

Deae Neha/lenniae / T(itus) Calvisius / Secundinus / ob meliores actus

→ “Aan de godin Nehalennia. Titus Calvisius Secundinus, voor betere daden/prestaties.”

Dit zien we op geen enkel ander Nehalennia-altaar terug, en het is ook geen standaard Romeinse votiefformule. Wat “betere daden” precies betekent is ook onduidelijk, maar het zou kunnen wijzen op een dank voor succesvolle zaken of gunstige omstandigheden. Aangezien er geen “votum solvit” in de inscriptie staat is het waarschijnlijk een dankbetuiging zonder voorafgaande gelofte.

Tot slot

Buiten dit weten we eigenlijk zo goed als niets. Geen enkele klassieke bron maakt vermelding van Nehalennia. Rond 1860 verscheen het Oera Lindaboek, een manuscript dat door de meeste mensen als een fabricatie werd ontvangen. Het manuscript stelt dat Nehalennia de bijnaam was van een vooraanstaande Friese burgtmaagd genaamd Minerva. Ze had deze naam gekregen van zeelui afkomstig uit Walhallcharia, omdat haar leer zo nieuw en helder was. Later zou ze door priesters van de Magyaren en Finnen als godin zijn vereerd.

Hoax of niet, ik vond het leuk genoeg voor toch een korte vermelding.

Bij de haven van Colijnsplaat staat tegenwoordig een reconstructie van de tempel van Nehalennia. Deze is vrijwel elke dag open voor bezichtiging. Daarnaast vinden er jaarlijks rituelen ter ere van Nehalennia plaats.

Bronvermelding

  1. Nehalennia. Römische Steindenkmäler aus der Oosterschelde bei ColijnsplaatP. Stuart & J.E. Bogaers. Gepubliceerd: 2001. ROB, Amersfoort (2 delen) — standaardwerk Colijnsplaat-vondsten
  2. The Temple of Nehalennia at DomburgA. Hondius-Crone. Gepubliceerd: 1955. Standaardwerk Domburg-vondsten
  3. Over de naam van de godin NehalenniaJ.E. Bogaers & M. Gysseling. Gepubliceerd: 1972. Naamkunde 4 — etymologie *nei- 'leiden'
  4. Nehalen(n)ia, das Salz und das MeerP. De Bernardo Stempel. Gepubliceerd: 2004. Keltische etymologie
  5. Nehalennia and the MarsaciB. Mees. Gepubliceerd: 2023. ABAG 83(1):1-25 — Germaanse etymologie, Marsaci
  6. Religion an der Nordseeküste: Dea NehalenniaW. Spickermann. Gepubliceerd: 2010. Kontaktzone Lahn, 125-135 — regio-studie
  7. Nehalennia. Bogini z jabłami 84 lata późniejA. Bartnik. Gepubliceerd: 2012. Klio 20(1):45-68 — overzichtsartikel, iconografie
  8. Nehalennia and the Souls of the DeadH. Wagenvoort. Gepubliceerd: 1971. Mnemosyne 24(3):273-292 — hond als psychopompus
  9. Nehalennia ΨΥΧΟΠΟΜΠΟΣ?O. Schrier. Gepubliceerd: 1974. Mnemosyne 27:152-158 — bestrijdt Wagenvoort
  10. Diachrone Studien zur KontaktzoneL. Rübekeil. Gepubliceerd: 2002. -h- als hiaatteken
  11. Nouveaux cultores de NehalenniaM.-Th. Raepsaet-Charlier. Gepubliceerd: 2003. AC 72:291-302 — aanvullende dedicanten
  12. Naamanalyse van Nehalennia-dedicantenG. Weisgerber. Gepubliceerd: 1968. Geciteerd in Bartnik 2012 — 69% Grieks/Romeins, 16% Keltisch, 6% Germaans
  13. Epigraphic Database Heidelberg (EDH)85 inscripties — primaire bron
  14. Epigraphische Datenbank Clauss-Schlaby (EDCS)136 inscripties — primaire bron
  15. Rijksmuseum van Oudheden (RMO), Leiden122 altaren, CC0-licentie
  16. Cultural Exchange and the Individual on Rome's German FrontierRoselaar. Gepubliceerd: 2019. PhD, University of Wisconsin-Madison